|
Een
stripfiguur met glanzende schoenen
Volkskrant 10-7-1987 door Hans
Steketee

Een tekenaar maakt een strip over een saxofonist die op jonge leeftijd
beroemd wordt, vervolgens verdwijnt en een ellendige dood sterft. De
saxofonist die model heeft gestaan voor deze stripfiguur is Barney Wilen.
Alles klopt, behalve de afloop: Wilen lééft en staat door de strip zelfs
weer volop in de belangstelling. Hans Steketee ontmoette in Angoulême Wilen
en tekenaar Loustal.
INTRO
„De zaal (vijfduizend plaatsen) is tot de nok toe gevuld. Er staan
tribunes tot aan het podium, zodat de zaal alleen via de loges
toegankelijk is. Bovendien willen de organisatoren dat we door de zaal
heen naar het podium lopen. Ik krijg ontzettende plankenkoorts: het is
tenslotte nog maar de tweede keer dat ik voor zo'n veelkoppig monster moet
spelen. We gaan naar binnen en het wordt er niet minder op. De Hollanders
kijken zowel nieuwsgierig als wantrouwend naar die kleine Fransen die de
pretentie durven hebben om op het niveau van een Miles te ' spelen. Maar
we zullen ze voor ons weten te winnen door goed werk achter hem te
leveren. Een wonder. Oef? Ik heb geen droge mond meer en mijn knieën
knikken niet langer. Het loopt."
Zo herinnert de Frans - Amerikaanse saxofonist Barney Wilen zich in het blad
A Suivre zijn optreden met Miles Davis' Jazz Messengers in het
Concertgebouw, in de winter van 1957. Hij is dan 20 jaar en het petit génie
van de Franse jazz-scene.
THEMA
Thelonious Monk, Dizzy Gillespie, Bud Powell, Kenny Dorham, J J. Johnson -
met weinig groten van de bebop speelde hij niet samen. Zijn
muziek is te horen achter de beelden van films nous als « Les
liaisons dangereuses », « Ascenseur' pour l'échafaud »
en « Un témoin dans la ville ». In
de clubs van Saint-Germain hield de verlegen jongeman met de bril en de
iets te grote sax avonden lang Bardot, Vian en Gréco in zijn greep.
Maar wie nu het tijdperk van de Europese bop zou moeten beschrijven ziet hem
gemakkelijk over het hoofd.
In 1962 legde hij na een diepe crisis zijn instrument tijdelijk weg, om
jaren later op te duiken in de halfschaduw van de free jazz. En om weer te
verdwijnen, voor een lang verblijf in Afrika, op zoek „naar de wortels
van de muziek en naar zichzelf". De wonderboy Wilen bestond niet
meer. Hij mocht dan nog spelen, platen maken en die van anderen
produceren Wilen zocht niet langer de schijnwerpers en het publiek
had er blijkbaar geen behoefte aan dat hij de beloftes van zijn vroegere
ik kwam inlossen.
Tot hij ongeveer een jaar geleden bij toeval in A Suivre, een stripblad, de
eerste afleveringen ontdekte van een verhaal over een saxofonist met de
naam Barney (!) die op jonge leeftijd beroemd wordt, samenspeelt met de
jazz Messengers en vervolgens aan lager wal raakt.
In het begin van dit jaar verscheen dat verhaal als stripalbum onder die
titel Barney et la note bleue (Nederlandse titel: Besame mucho). Scenarist
Philippe Paringaux en tekenaar Jacques de Loustal geven toe dat zie zich
voor hun hoofdpersoon op Barney Wilen hebben gebaseerd, maar de gelijkenis
houdt al snel op. „Ik merk dat zijn werkelijke leven veel rijker is aan
waanzinnige avonturen dan het scenario dat ik verzonnen heb", zegt
Paringaux.
Tegelijkertijd leggen de auteurs er de nadruk op hem vooral als een beeld te
hebben gebruikt; zijn personage werd bekleed met de typische tragiek van
veel jazzmusici: het leven op shabby hotelkamers, uitzichtloze liefdes, de
muzikale variant van writer's block, alcohol, heroïneverslaving en een
ellendige dood.
De figuur van Barney leende zich daar immers uitstekend voor. Hij was een
typische saxophone hero geweest, terwijl zijn spoedige verdwijning naar
een voor Paringaux en Loustal onzichtbare achtergrond ruimte liet voor
allerlei gratuite speculaties. Dat het misschien niet zo heel kies is om
iemand te laten sterven zonder navraag te doen bij de burgerlijke stand
kwam pas later bij de auteurs op, namelijk toen de echte Barney tegen zijn
dood kwam protesteren.
Het aanvankelijk vrijblijvende verhaal bleek dus steviger in de
werkelijkheid te staan dan vermoed, maar die omstandigheid werd vervolgens
met een meesterlijk gevoel voor publiciteit benut: Wilen werd bereid
gevonden een langspeelplaat op te nemen die als soundtrack voor het
stripboek zou kunnen dienen. Daarmee was niet alleen een unicum in de
stripwereld geschapen, het bood hem ook een prachtige gelegenheid voor een
werkelijke come-back.
Boek en plaat waren een kassucces. De eerste druk van het boek
(twintigduizend exemplaren) en de eerste persing van de plaat (vijfduizend
exemplaren - tweemaal zoveel als van het gemiddelde jazzalbum) waren
binnen zeer korte tijd uitverkocht. Wilen speelt weer, in
Saint-Germain en op festivals in heel Frankrijk, met het Barney
Wilen Quintet.
Die band opende op 26 mei het vijfdaagse jazzfestival van Angoulême, waar
ook het Orchestre National de jazz met Courtney Pine en het Gil Evans
Orchestra te horen waren.
Als Wilen het podium van de stadsschouwburg betreedt rimpelt er herkenning
door de zaal, maar het is niet een oud idool dat het publiek onverwacht
terugziet. Hier staat ineens in levenden lijve een stripfiguur voor hun
ogen. Met de zwartgerande bril, het nu weer moderne kapsel en de gepoetste
schoenen. Die schok is veel krachtiger.
Wilen speelt. „Af en toe draait hij zijn instrument iets opzij om te
controleren of zijn schoenen niet dof zijn geworden door het stof" -
zoals zijn ghostwriters van hem willen. Harlem Nocturne en Pauline, een
nummer dat aan zijn free jazz -periode herinnert, en de reprise van Besame
Mucho, „zoals nog nooit iemand het gespeeld heeft en het is goed dat jo
en de anderen achter hem zwijgen: dit is zijn verhaal en niemand hoeft hem
te helpen vertellen. Na zijn laatste noot kun je de ijsblokjes niet eens
meer horen tinkelen in de glazen." Wilen speelt het zoals het boek
wil, alleen en met een fluwelen ruwheid, inderdaad zo mooi datje haast het
kitschgehalte van Besame Mucho zou vergeten.
Een paar uur eerder is op een andere plek in de stad de tentoonstelling
Loustal en de jazz geopend. Daar hangen de originelen van Barney et la
note bleue, met veie andere tekeningen en aquarellen die de jazz als
onderwerp hebben. Loustal tekent niet alleen over de jazz, zijn tekenstijl
is ook jazzy", wil de begeleidende tekst. „Hij vertelt (...) met de
feeling van een musicus, die zijn sax heeft ingeruild voor een
penseel."

SOLO 1.
Wilen (51) heeft een beetje kuren. Na het concert laat hij een uur op zich
wachten, maar zijn saxofoonkoffer staat er nog, dus ver kan hij niet zijn.
Hij is even naar het café geweest. Hij komt binnen met een blikje bier,
laat zich in een stoel vallen, perst zijn vingers achter het donkere
brilmontuur en strijkt over zijn baardstoppels. Hier zit een vermoeide
artiest, moet ik denken. Is hij moe van het spelen of moe van het iemand
anders zijn?
„Luister, het leek me goed om wat tegenwicht aan dat boek te geven. Daarom
heb ik ja gezegd. Per slot van rekening ben ik niet dood. Het was heel
vreemd, intrigerend om iedere maand op straat dat blad te kopen en te zien
wat er met dat personage gebeurde, met mijn alter ego, dat niet hetzelfde
leven leidt als ik, en toch: soms kwam het heel dichtbij. Het had ook mij
kunnen overkomen. Ik bedoel, “I was scared shitless” in die jaren. En
misschien gebeurde het ook wel, maar dat ga ik jou niet vertellen.
„Ik wist helemaal niet dat ik met een come-back bezig was, zoals steeds
wordt beweerd - alsof ik ooit ben weggeweest. Ik blijf spelen en
produceren. Dit gebeurde gewoon, en het was leuk, maar ik ga het niet nog
eens doen. Ik ben geen fabriek."
Het is heel grappig om Wilen de i staccato bebopnummers van Les liaisons
dangereuses nu te horen spelen. Soepeler, zoeter, beter geschikt voor een
cocktailparty dan voor een expressionistische film. Maar het blijft
onmiskenbaar Wilen. In de bespreking die Le Monde aan Wilens optredens in
Parijs wijdde is „afstandelijkheid" het sleutelwoord. Wilen:
„Zoiets moet het zijn. Je kunt niet jaar in jaar uit alles op dezelfde
manier blijven spelen, tenzij je de Rolling Stones bent. Voor mij is dit
een revisitation van de bebop. Ik ben ouder geworden, dus dat hoor je,
maar die muziek is nog lang niet dood.
„Wat dat betreft was dat boek een mooie gelegenheid. Het bestaat uit
dertien hoofdstukken en daarbij heb ik een aantal stukken gezocht. Het
gekke is dat ik vanaf het begin precies in mijn hoofd had wat voor soort
muziek bij welk gedeelte van het verhaal paste."
Le Monde schreef ook dat het uitkomen van boek en plaat een belangrijker
gebeurtenis voor de jazz is dan g Taverniers film Round Midnight, een
verhaal over een half fictieve saxofonnist (gespeeld door Dexter
Gordon)
dat in zijn tragiek overeenkomsten vertoont met Barney.
„Ik heb daar niks over te zeggen. Wat ik wel weet is dat die film een van
de beste dingen geweest is voor de jazz in de laatste twintig jaar. Ik
weet niet of het historisch allemaal klopt, maar het heeft een zeer diepe
emotionele lading en toen ik Dexter Gordon op het doek zag, I just... you
know (maakt handgebaar over zijn ogen). Dat is jazz."

foto
/ photo Barney Wilen
SOLO 2.
Ook voor Jacques de l1 Loustal (31) is Round Midnight belangrijk. Maar
terwijl Wilen er als musicus door werd ontroerd, gaf die film Loustal
juist de gelegenheid zijn positie als buitenstaander te kiezen.
„Toen die film in première ging was ik net aan Barney aan het tekenen en
ik was dus erg benieuwd. Alle puristen die ik ken vonden het een
waardeloze film, maar ik vond hem prima. Het verhaal deugt, wordt goed
verteld, de hele atmosfeer spreekt me zeer aan. Ik weet eigenlijk niks van
jazz en dat betekent dat ik er met een grotere afstand naar kan kijken,
met minder respect voor de eerbiedwaardige muziek.
„Ik heb dat tijdperk ook niet bewust meegemaakt. Mijn oudere broers
draaiden wel jazzplaten, maar ik ben opgegroeid met rock. Jazz is voor mij
altijd sfeermuziek geweest, het hoort op de achtergrond van oude Franse
policiers of Amerikaanse thrillers. Het feit dat Wilen muziek als begeleiding bij ons verhaal heeft willen maken sluit dus helemaal aan bij mijn ideeën
over jazz."
Ook Loustal en Paringaux geven hun verhaal afstand, schreef Le Monde, ze
vertellen zonder een knipoog naar de lezer en zonder een traan weg te
pinken.
Loustal: „Precies. Het is zeer verleidelijk om iedere keer kennis voor
ingewijden te etaleren titels van nummers, bezettingen,
platenlabels. In het algemeen vind je dat trouwens in stripverhalen, dat
te koop lopen roetdocumentatie. Goed, daar doe ik dus niet aan mee, want
ik heb geen heimwee naar dat tijdperk.
„Ik ben ook helemaal niet zo'n verteller. Dit verhaal komt dan ook meer
van Philippe. Hij is tien jaar ouder dan ik en hij heeft de jazz zeer
nadrukkelijk beleefd. In alle boeken die ik niet samen met Philippe heb
gemaakt zit een zekere onbeweeglijkheid. Arrière Saison en Pension
Maubeuge bestaan bijvoorbeeld uit plaatjes die ik altijd al wilde tekenen
en waar ik als verbinding dan maar een verhaaltje bij heb verzonnen. Ik
geef het decor een voorkeursbehandeling, dat is voor mij het belangrijkste
personage. En puristen kunnen mij ook verwijten dat details niet kloppen,
dat ik het verkeerde soort licht heb gebruikt enzovoort."
In Besame mucho maakt Loustal een overdadig gebruik van allerlei ingrediënten
uit de jaren vijftig en begin jaren zestig die inmiddels zijn opgenomen in
de postmoderne lifestyle: de gevleugelde zonnebril en dito auto, de Zippo-benzineaansteker,
de alcoholische landerigheid van de sub‑tropen. In een aan Loustal
gewijde etalage in de Parijse boekhandel FNAC zijn precies die elementen
te zien. Doet Loustal nu aan fetisjisme of niet?
„Nee, nee. Wie dat er in wil zien gaat z'n gang maar. Ik wilde juist niet
een tot in details kloppend beeld van de jaren vijftig geven. Ik wilde die
tijd beschrijven zoals dat toen in films gebeurde. Dat betekent natuurlijk
wel dat er meubels uit die tijd in voorkomen en dat de mensen
jaren-vijftigkleding dragen, maar ik wilde pertinent niet zoals
Joost Swarte of Ted Benoit een soort catalogus maken van alle voorwerpen
die in de geschiedenis van het design zijn opgenomen.
„Ik draag wel eens een nostalgisch bloemenshirt en een snelle broek, maar
ik zwelg er niet in. Het is een kwestie van smaak. Als tekenenaar geef ik
gewoon de voorkeur aan die periode boven bijvoorbeeld het maken van een
strip over de klassieke oudheid, of een western."
THEMA.
Ik weet het zo net nog niet. Is Barney nu een boek over de bebop, of is
het een goed verhaal? Dat de ondergang van mythologische jazzfiguren in
drank, drugs en melodrama inmiddels een zekere clichématigheid heeft is
bekend, maar mag je dan nog verwachten dat die cliché's werken in een
verhaal?
Misschien is het wel net zo als met de jazz zelf. Het festivalpubliek klapt
na een solo, niet om zijn waardering voor dat muziekstuk te tonen, maar om
aan te geven dat het weet wanneer er geklapt moet worden. Wilen treedt
niet voor niets op in een schouwburg: jazz heeft soms iets weg van een
toneelstuk. De muzikanten spelen geen jazz - ze spelen jazz.
„Er is sympathie tussen ons", zegt Loustal over Wilen, „maar we
zijn niet heel intiem. In het begin was het een beetje vreemd. Philippe en
ik kregen het gevoel dat we hem hadden gebruikt en hem in verlegenheid
hadden gebracht door hem te laten sterven. Maar ach, zo is het ook in de
jazz: daar worden ook doorlopend klassieke nummers gebruikt, waarop dan
wordt geïmproviseerd."
CODA. „Heb je de plaat al?" vraagt
Wilen. „ Ja? O, dan geef ik
je de cassette, voor in de
auto." Wat doe jij in Angouléme?, schrijft hij erin, your place is in
Holly wood. Hij grijnst er gelukkig bij.
HANS STEKETEE
Loustal & Paringaux: Besame Mucho (Barney et la note bleue). Uitgeverij
Casterman, f 19,50.
Barney Wilen: La note bleue - IDA Records/Omd 010.
|